Trots op Kernenergie

Wie H zegt moet ook U zeggen

Hester van Santen stelt in het NRC van 11 augustus de vraag of de ambities van het kabinet voor de productie van “groene waterstof” wel realistisch zijn. Blijkbaar is bij de planning voor zon- en windenergie in 2030 geen rekening gehouden met deze nieuwe plannen, waarin de grote energieproducenten stellen groene waterstof te gaan produceren. Ze hebben berekend dat hiervoor in 2030 jaarlijks 32 TWh extra elektriciteit nodig is uit windturbines. Dat is gelijk aan 6 GW extra windvermogen (bij 60% efficiency). Tot nu toe was het doel voor 2030 70% van de elektriciteit met zon- en windenergie op te wekken, waarvoor 11 GW aan geïnstalleerd windvermogen nodig zou zijn. Op dit moment staat er 4,5 GW aan windturbines in Nederland opgesteld.

Ons huidige verbruik aan elektriciteit is jaarlijks ongeveer 120 TWh [CBS voor 2017] We willen in 2030 70% daarvan, ofwel 84 TWh, met wind en zon opwekken. Het Nationale Energie- en Klimaatplan zegt dat dit kan door:

  1. De opwekking in 2030 van circa 49 TWh windenergie op zee;
  2. De opwekking van 35 TWh hernieuwbare energie (wind en zon) op land;
  3. De kleinschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit uit bijvoorbeeld particuliere zonnepanelen, goed voor circa 10 TWh.

Hierbij is er dus niet van uitgegaan dat de vraag naar elektriciteit tussen nu en 2030 nog zal toenemen. Als we allemaal elektrisch gaan rijden kost dat namelijk nog eens 20 TWh extra per jaar. Even aangenomen dat het aantal afgelegde kilometers niet ook groeit. Als steeds meer (nieuwe) huizen met warmtepompen worden uitgerust kost dit rond 2030 ongeveer nog eens deze hoeveelheid extra energie per jaar. Als er nog meer datacenters naar Nederland worden gehaald zal dit ook het gebruik doen stijgen. De nu gepresenteerde plannen om waterstof te gaan produceren door elektrolyse vergen blijkbaar nog eens 32 TWh per jaar in 2030. Het Centraal Planbureau moet het nog maar eens precies narekenen maar met al deze vooruitzichten lijkt de elektriciteitsconsumptie in 2030 richting de 200 TWh per jaar te gaan. Willen we daarvan nog steeds 70% opwekken met zon- en wind, dan zal de omvang van gebouwde en te bouwen windparken moeten toenemen tot een vermogen van 26 GW i.p.v. de 11 GW die nu in de planning staan.

Dit is een gigantische opgave, maar we moeten wel iets. Zon- en windenergie hebben een backup nodig en er waterstof lijkt een goede kandidaat hiervoor. Waterstof wordt al in grote hoeveelheden gemaakt en dient verduurzaamd te worden. Het wordt heel veel gebruikt in de industrie maar wordt van gas gemaakt en daarbij wordt veel CO2 uitgestoten. Als je voor waterstof kiest is het verstandig ook voor Uranium te kiezen anders zijn de doelen technisch, financieel en maatschappelijk onrealistisch. Als voor kernenergie wordt gekozen wordt de noodzaak van waterstof als backup voor zon- en wind ook minder belangrijk.

De nieuwe Koreaans kerncentrale in Barakah in de Verenigde Arabische Emiraten is 5,6 GW als straks alle 4  de reactoren in gebruik zijn genomen. Laat het vermogen van zon- en wind toenemen tot de geplande 11 GW in 2030, dan kan de resterende 15 GW opgebracht worden door 3 centrales zoals Barakah. De Barakah centrale is op tijd (8 jaar) en binnen budget (24 miljard dollar) is gebouwd. Desondanks is dit geen reële optie voor 2030 maar voor 2050 een zeer reële mogelijkheid.

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Artikelen ook over dit onderwerp

In de pers
Thema's

Veiligheid